MOEILIJKE WOORDEN ABC

A – Aanzetten

Taarten en gebak decoreren met een fijn randje vers gebrande nootjes met suiker.

B – Biggareaux

Gekleurde en gekonfijte (versuikerde)kersen. Vaak gesignaleerd als groene en rode versiering van een kerstkrans.

C – Couverture

Luxe chocolade waarmee banketbakkers bonbons en chocoladewerk maken. Doordat hier meer cacaoboter in zit dan bij "gewone" chocolade is dit véél lekkerder (en een beetje duurder).

D – Deens luxe

Koffiebroodjes gemaakt van getoerd en gerezen deeg, waardoor het een heel bros broodje wordt met een volle roomboter smaak.

E – Esprit

Hele sterke drank (vaak wel 60% alcohol) zonder suiker. Natuurlijke geuren en smaken worden gevangen in alcohol, voor het op smaak brengen van bijv. bonbons en creme's.

F – Fonceren

Het aanbrengen van een laagje deeg in een bakvorm.

G – Glaceren

Gebak of taarten afwerken met een dun laagje glazuur of gelei. Dit gebeurt om een mooiere glans op het produkt te krijgen en uitdrogen te voorkomen.

H – Heerlijk & Heerlijk

Gilde van de Betere Banketbakkers. Vereniging met ca. 160 banketbakkerswinkels waar de mensen steeds weer de meest lekkere dingen kunnen proeven en kopen.

I – Interieur

Vulling van een bonbon, gemaakt van de lekkerste en verste ingrediënten.

J – Julienne

Grondstoffen zoals bijv. vruchten snijden in luciferdunne, gelijkmatige reepjes.

K – Kapsel

Cake zonder boter. Wordt gebruikt als basis voor veel taarten en gebak, waarna deze gevuld en op smaak gebracht worden.

L – Luchtkamer

Onderste holletje in een ei. Geeft een indicatie voor de versheid van het ei, hoe groter de luchtkamer hoe ouder het ei.

M – Maskeren

Bedekken van taart of gebak met een dun en strak laagje crème of schuim.

N – Nougat     branden

Suiker heel heet maken tot deze (donker-)bruin is. Na toevoeging van roomboter heel dun uitgieten en in kleine stukjes breken.

O – Ondermelk

Nadat het melkvet gebruikt is voor bijv. echte boter of slagroom blijft dit produkt over als melk dat bijna geen vet meer bevat.

P - Petit fours

P – Patissier

Kleine mini gebakjes in allerlei kleuren en smaken

Luxe benaming voor een fijne banketbakker. Verwijst naar de historie van pastei-bakker.

Q – Quadrille

Extra lekker en mals beslag door toevoeging van hele fijne stukjes amandel.

R – Réaumur

Temperatuur aanduiding die veel gebruikt wordt bij het verhitten van suiker. 120°R (réaumur) is gelijk aan 150°C (celcius).

S – Saint Honoré

Klassieke taart uit Frankrijk. Bestaat uit een ring geglaceerde (zie "G") soesjes met een slagroom / vruchten vulling binnenin.

T – Toeren

Het in laagjes verdelen van boter door het deeg door uitrollen en weer opvouwen. Bijv. Bladerdeeg (voor saucijzebroodjes e.d.) wordt zo gemaakt.

U – Uitsteken

Plakjes deeg of marsepein met een steker (stans-vorm) uit een grote plak drukken.

V – Volle vent

Jargon voor "Voll au vent", een heel groot pasteitje voor ca. 8 personen.

W – Wellingtonspijs

Heel fijn gedraaide amandelspijs die alleen met eiwit vermengd wordt voor amandel (spijs) koekjes.

X – 

Hier kunnen we geen chocola van maken.

Y – Ys draaien

Aangezien ijs met een draaiende beweging langs de wand van een vriesbak gemaakt wordt spreken we van ijs draaien als we praten over het maken van ijs.

Z - Zwitserse room

Mengsel van 2 delen gele room (banketbakkerspudding) en 1 deel luchtige slagroom. Basis voor veel vruchtengebak en chipolatavulling.

Winkelwagen
0 product(en) - € 0,00
Uw winkelwagen is leeg!
Aanbevolen